blog

Herdenk de mensen die naamloos stierven

 

Op 2 november vond aan de Amstel, in hartje Amsterdam, de derde openbare Allerzielenherdenking plaats, georganiseerd door het Wereldhuis en de Catholic Worker Amsterdam. Ruim honderd mensen gedachten de duizenden, die hoopten op een beter leven maar stierven aan de buitengrenzen van de EU.

 

- door Gerard Moorman

Een onstuimige herfstwind woei om ons heen en blies de gedenkkaarsen steeds weer uit. De grote reclamezuil op de steiger voor museum de Hermitage was met een paarse doek bedekt, waarop we foto’s hadden bevestigd van bootvluchtelingen; sommige ervan bijna te pijnlijk om aan te zien. Een ouder Italiaans echtpaar zag ons bezig met het opzetten en sprak ons aan. Ze begrepen direct waarover het ging en vertelden nog duidelijk onder de indruk hoe groot de impact van de ramp op 3 oktober was geweest op Italianen. Die dag kapseisde even ten zuiden van Lampedusa een boot, waarop zich meer dan 500 mannen, vrouwen en kinderen uit voornamelijk Eritrea bevonden. Slechts 155 mensen overleefden de ramp. Er werden 364 overledenen uit het water gehaald.

 

Dit soort rampen spelen zich bijna dagelijks af in de Middellandse Zee. Volgens voorzichtige schattingen zijn sinds 1993 zo’n 20.000 mensen gestorven aan de buitengrenzen van de EU; in de meeste gevallen ongezien en zonder dat hun namen bekend zijn. Het was aangrijpend om in het openbaar wel namen te horen van mensen die het afgelopen jaar zijn omgekomen – een litanie van tragedies die het wereldnieuws nooit zullen halen. Cor Ofman, pastor in het Wereldhuis en voorganger tijdens de herdenking, herinnerde ons eraan dat we nooit mogen vergeten dat het geschatte aantal van tussen de 1000 en 2000 doden per jaar geen abstract feit is: het gaat om zoveel maal een mens, die geliefd werd door anderen en gemist zal worden. Aan het eind van de herdenking nodigde hij alle aanwezigen uit om een papieren bootje te water te laten in de Amstel, als symbolische herdenkingshandeling. De hymne die het koor van de Amsterdamse Studentenekklesia daarbij zong, bleef urenlang in mijn hoofd nagalmen. “De zee zal haar doden terug geven. Wie ondergingen, hen wordt recht gedaan.”

 

Een barre tocht

Aansluitend op de dienst in de openlucht werden we een steenworp van de Amstel vandaan, in een zaal van de protestantse diakonie, door de vrijwilligers van het Wereldhuis gastvrij onthaald op een maaltijd van soep met brood. Tijdens de informatieavond die volgde vertelde Mohammed, een jonge man uit Somalië over zijn reis naar Europa. De reis verliep via Khartoem, de hoofdstad van Soedan, dwars door de Sahara met een truck naar de grens van Libië. De truck begaf het meerdere malen, maar kon telkens toch weer aan de praat worden gekregen. Onderweg raakte het eten en drinken op. Lokale mensen kwamen met proviand, maar daarvoor moesten exorbitante bedragen worden betaald. Eenmaal in Libië, hielden de ontberingen niet op. Mohammed vertelde dat Afrikanen die komen uit landen ten Zuiden van de Sahara er mikpunt zijn van pesterijen, afpersing en geweld. Om die reden gaat niemand er alleen over straat, maar altijd minstens met zijn drieën.  Vaak belanden migranten er in de gevangenis, waar ze zich voor een fors bedrag uit vrij moeten kopen.

 

Samba, een andere jonge Afrikaan uit Senegal, vertelde hoe zijn reis vanuit West-Afrika was verlopen. Via Burkina Faso en Niger reisde hij met enkele vrienden per bus tot de Algerijnse grens. Daar trokken ze te voet verder. Onderweg werden ze aangevallen door een groepje Toearegs. Hij werd daarbij in zijn been gestoken. Zijn reisgezellen trokken daarom zonder hem verder. Samba had het geluk dat hij hulp vond en in het ziekenhuis kon herstellen van zijn wonden. Hij kwam uiteindelijk in Tripoli terecht waar hij werk vond in een restaurantje. De oorlog in 2011 maakte de situatie er echter onmogelijk voor Afrikaanse migranten. Hij besloot verder te reizen naar Europa.

 

Beide jonge mannen vertelden dat ze voor veel geld – de prijs voor een oversteek bedraagt tussen de 1000 en 1500 euro – meekonden met een boot naar de Europese zuidgrens. Beiden hadden geluk: ze haalden na een barre tocht de overkant. Maar beiden vertelden ook hoe ze mensen voor hun ogen hebben zien verdrinken.

Business as usual

Welke verantwoordelijkheid draagt de EU voor de situatie waarin migranten uit arme landen momenteel belanden? Op die vraag ging Christian Mommers in, senior medewerker Politieke Zaken bij de Nederlandse afdeling van Amnesty International.

Hij wees er om te beginnen op hoe snel de politieke stemming kan wisselen. Meteen na de tragedie op 3 oktober reageerden Europese autoriteiten vol compassie en spraken ze over meer menswaardige manieren om met migranten om te gaan. De Italiaanse premier beloofde een staatsbegrafenis voor de slachtoffers van de ramp. Maar terwijl de Italiaanse regering daarover nog beraadslaagde, werden de doden al begraven omdat de  lichamen in ontbinding een veiligheidsrisico vormden. Overlevenden dreigen nu te worden aangeklaagd vanwege het ‘illegaal binnenreizen’ van Italië.

 

Na alle retoriek, is het nu weer business as usual, concludeert Mommers. Hij vindt het vooral kwalijk dat Europese overheden de ramp op 3 oktober aangrijpen om grenscontroles verder op te voeren en nog meer in te zetten op het terugsturen van migranten. Daarnaast vindt hij ook de eenzijdige roep tot ‘hard optreden tegen de mensensmokkel’ zorgelijk. Hem ontgaat de logica van zo’n beleid, omdat juist door de strenge grenscontroles migranten worden gedwongen gevaarlijkere routes te nemen en daarbij de hulp in te schakelen van mensensmokkelaars.

Kat en muisspel

Mommers wijst erop dat strengere grenscontroles er niet toe hebben geleid dat migratie werd gestopt.  Zo werden vanaf ongeveer 2000 de controles in de Straat van Gibraltar en op veel genomen routes aan de westkust van Afrika opgedreven. Met als gevolg dat de Afrikaanse migratieroutes zich verlegden in oostelijke richting en nu voornamelijk lopen via Libië. Met een aantal van de ‘doorgangslanden’  sloot de EU verdragen met als inzet dat migranten onderweg al zouden worden tegengehouden.

De grenscontroles zullen de komende jaren verder worden opgevoerd. Binnenkort worden zelfs satellieten en drones ingezet om de Europese buitengrenzen te bewaken. Mommers sprak over een ‘kat en muisspel’  tussen migranten en Frontex (het Europese grensagentschap). Met dit beleid van ‘gesloten grenzen’ heeft de EU de risico’s van de tocht naar Europa aanzienlijk verhoogd, wat heeft geleid tot de dood van vele duizenden migranten en vluchtelingen.

 

Mommers benadrukte verscheidene malen dat het vraagstuk van migratie complex is en er geen gemakkelijke oplossingen zijn. Maar hij vindt wel dat Europese regeringen de rechten van migranten en vluchtelingen moeten respecteren. Samenwerking met repressieve regimes om te voorkomen dat migranten Europa bereiken is onverantwoord. Wat er in Libië nog steeds gebeurt kan niet door de beugel. Mommers tornt niet aan het recht van landen om hun grenzen te bewaken. Maar momenteel is de grenscontrole eenzijdig gericht op het terugsturen van mensen, terwijl het redden van mensen prioriteit zou moeten hebben. 

Ook in 2014 zal er op 2 november weer een Allerzielenherdenking plaatsvinden. Helaas zal dat volgend jaar zeer waarschijnlijk net zo actueel zijn als dit jaar.

 

Voor een impressie van de Allerzielenherdenking 2013, zie: http://www.nieuwwij.nl/video/video-allerzielen-aan-de-amstel/

 

Klein leed (1)

Een Egyptische man van in de vijftig. Meer dan vijfentwintig jaar in Nederland. Ooit als ingenieur aan de slag bij DAF. Om voor mij onduidelijke redenen geen verblijfsvergunning gekregen. Dat hoefde vroeger ook niet. Je kwam hier, vond een baan en kreeg een sofinummer, betaalde belasting, zoals zo velen voor en met hem. Op een gegeven moment werd je ‘illegaal’. ‘Witte illegalen’ werden ze genoemd. Eind jaren negentig werden heel wat Marokkanen en Turken alsnog ‘geregulariseerd. Hij niet. Hij had nog een tijdje werk als schoonmaker in een verpleegtehuis. Later als vrijwilliger bij een opvangcentrum. Hij werd ziek. Een ernstige afwijking in de hersenen, bloedvaten die als een spons gaatjes hadden. Zoiets. Moeilijk te opereren, zei de neurochirurg van het AMC indertijd, zo’n twaalf jaar terug. Je kon door een operatieve ingreep blind worden, verlamd raken of zelf doodgaan. Het devies was: een ‘conservatief beleid’: niet ingrijpen tenzij het niet anders zou kunnen.

Geen behandeling was in de ogen van de IND een goede reden om te zeggen: ‘dan kan hij ook terug naar Egypte. Als het nodig is kan hij ook daar worden geopereerd’. Hij was kennelijk nog niet lang genoeg in Nederland om hier ‘geworteld’ te zijn. Dat ben je pas na dertig jaar. Hij kon het niet begrijpen.

Een zieke man, regelmatig tegen de grond vanwege een soort epileptische aanval. Vaak per ambulance naar een ziekenhuis. De aanvallen namen toe met de tijd. Omdat het AMC niets meer kon doen liep hij voor behandeling bij een neuroloog in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis. Ik moest wel eens wat steggelen in verband met de rekeningen. Omdat het OLVG het door het CvZ gecontracteerde ziekenhuis voor de behandeling van ‘illegalen’ kwam hij daar om de haverklap terecht. De rekeningen konden dan worden verhaald op het ‘solidariteitsfonds’ van het CvZ.

Toen kon hij, opeens weer in het AMC terecht. Voortschrijdende techniek maakte een operatie nu wel mogelijk. Eindelijk.

Ik hoorde al een tijdje niets meer, tot het me te lang duurde. Je kunt niet zomaar in het ziekenhuis navraag doen over een patiënt. Toen kreeg ik het nieuws: hij was kort na de operatie op de intensive care overleden. De neurochirurg heeft alsnog gelijk gekregen: hij is er aan dood gegaan.

In Egypte kon hij als homoseksueel niet zijn wie hij wilde zijn. En in Nederland voelde hij zich als wrakhout op het water.

Zijn advocaat schreef: ‘Ik heb de IND een brief gestuurd waarin ik meedeel bijzonder teleurgesteld te zijn in het feit dat de beslisambtenaar in eerste aanleg geen notie heeft genomen van de ernst en omvang van de zaak. Jammer genoeg was de bezwaarambtenaar die nu met zijn zaak bezig was en tot de conclusie was gekomen dat er nu iets moest gebeuren in positieve zin te laat. Zij was er overigens ook stil van. Ik heb haar verzocht dit onder de aandacht te brengen van met name degene die die eerste beslissing heeft genomen, in de hoop (niet de verwachting) dat er iets van wordt geleerd. Misschien dat het iets oplevert voor vergelijkbare gevallen na hem. Heel erg triest is het om te hebben moeten zien dat een zo lieve man zo heeft moeten sappelen in Nederland en min of meer in het zicht van een betere toekomst is overleden zonder dat te weten.’

Ik heb de ambulancedienst die hem kort voor de operatie nog had vervoerd maar geschreven dat ze de rekening nog bij het CvZ kunnen declareren.

Cor Ofman

Uitgeprocedeerd en dakloos… en dan?

Het tentenkamp aan de Notweg trekt allerwege de aandacht. De schrijnende situatie van dakloze uitgeprocedeerde asielzoekers roept veel reacties op in de pers en media. Maar ook bij onze eigen achterban van diakenen en kerkleden is de vraag: Wat is hier eigenlijk gaande? Moeten we noodhulp verlenen? Bedden, dekens, voedsel?

Misschien is het goed iets van de achtergronden en dilemma’s te schetsen die hier meespelen, temeer omdat (een deel van) de groep waar het om gaat eerst ‘te gast’ was bij de Diaconie op het terrein van Amstelhoven.

Begonnen op 4 september als een eenmansactie van Co van Melle, die twee verregende asielzoekers hielp, groeide het binnen een week uit tot een landelijk bekende actie en werd er geprotesteerd in het Wertheimpark onder de noemer ‘geef ons heden ons bed, bad en brood’. De diaconie heeft hierop inderdaad allereerst ingezet op het aspect van de acute nood. In plaats van een zeil hebben we een grote legertent opgezet, via het Krekelhuis in de tuin gezorgd voor sanitaire voorzieningen, en door het Wereldhuis werd er elke dag een warme maaltijd gekookt. Ondertussen onderzocht de Werkgroep Opvang Uitgeprocedeerden alle dossiers en waren er contacten met de IND, de Dienst Terugkeer en Vertrek en de veiligheidsadviseurs van de gemeentelijke overheid.

De groep waar het in eerste instantie om ging waren vooral Ethiopiërs en Eritreëers, Soedanezen en Somaliërs, waarvan de meesten nog niet zo lang geleden asiel hadden aangevraagd. Volgens de criteria van de overheid en de IND bevinden zich onder deze groep geen mensen die terecht een beroep doen op verblijf volgens de asielwet. Uitgeprocedeerd dus. Maar toch hier. En toch dakloos. Althans sommigen. Anderen sloten zich spoedig aan bij de actie, ook al waren ze hiervoor nog niet dakloos. Omdat de diaconie niet een heel tentenkamp wilde op het Amstelhoventerrein besloot de groep eind september naar de Notweg te verhuizen en daar groeide de actie spoedig uit tot een groot tentenkamp met 60 buitenslapers. De diaconie heeft ook daar een financiële bijdrage geleverd voor de huur van betere tenten.

Burgemeester Van der Laan geeft in zijn reactie in de gemeenteraad aan dat het hem vooral te doen is om de vrijheid van meningsuiting en voor het overige probeert hij de openbare orde in de gaten te houden. Vrijheid van meningsuiting betreft dan eigenlijk het protest tegen het overheidsbeleid en de asielwetgeving. Het is de vraag of het daar helemaal om draait. Natuurlijk is het feit dat mensen hier uitgeprocedeerd en illegaal verblijven uitvloeisel van dat beleid. En natuurlijk zijn er tussen de mensen aan de Notweg ook verscheidenen die niet of moeilijk kunnen terugkeren.

Maar waar het voor een ander deel om draait is dat het voor ‘niet-rechthebbenden’ (de technische term voor mensen die niet gebruik mogen maken van voorzieningen in Amsterdam, of men nu uit Enschede of Eritrea komt) steeds moeilijker wordt om een beroep te doen op de opvangvoorzieningen. Wanneer het buiten vriest gaat weliswaar de algemeen toegankelijke winteropvang open, maar ook als het niet vriest kan het grijs en koud zijn en dan zijn er maar zeer weinig mogelijkheden om de nacht door te brengen. Hooguit kan iemand dan een paar nachten per maand terecht bij het stoelenproject. Plagerig gezegd kiezen we, met name in onze grote steden, voor ‘eigen daklozen eerst’. Een pleidooi en een actie voor verruiming van de opvang is vanuit de diaconie hier zeker op zijn plaats.

Voor het andere aspect, dat van het asielbeleid en het probleem van de migratie, om welke reden ook, kunnen we slechts een genuanceerd standpunt innemen. In het Wereldhuis komen per jaar bijna 2000 mensen die in Nederland verblijven zonder geldige papieren. Onder deze mensen is lief en leed, waar we aandacht en respect voor willen tonen. Het gaat niet alleen om zieligheid of de kommer en kwel, het gaat ook om een enorme veerkracht en een grote offerbereidheid. Sommige mensen hebben de keuze gemaakt om hier te blijven – vaak ook voor een bepaalde periode – sommigen zien we ook weer vertrekken en de meeste van deze ‘ongedocumenteerden’ redden zich zo goed en kwaad als het gaat. Als diaconie willen we hier niet over oordelen. Dat is misschien verleidelijk om wel te doen, maar dan zijn we snel rechters over situaties die we niet kúnnen beoordelen. De vraag aan jezelf “wat zou jij doen als je uit zo’n situatie komt?” maakt dat meestal snel duidelijk. Blijkbaar vindt men de uitzichtloosheid hier altijd nog te prefereren boven de uitzichtloosheid elders.

Als Diaconie blijven we liever weg van de politiek van het actievoeren, maar blijven we wel pleiten voor een ruimere opvang. We blijven ook mensen ontvangen in het Wereldhuis en staan hen terzijde met raad en daad.  En wanneer dat nodig is maakt ook noodhulp daarvan deel uit. We zoeken zoveel mogelijk naar duurzame oplossingen die aansluiten bij wat mensen zelf kunnen. In het Wereldhuis wordt zichtbaar dat migratie van alle tijden is en zal zijn. Dat we daar een heel ander antwoord op nodig hebben dan repressie door de overheid, is duidelijk. Uiteindelijk zullen we wel varen bij een land dat open is en gastvrij en dat kansen wil bieden aan migranten, of het nu hier is of in de landen van herkomst.

Paul van Oosten

algemeen secretaris Protestantse Diaconie

 

 

————————————————————–

 

Verkiezingen.

maandag 10 september 

Verkiezingen. Je geeft je stem aan een ander die vervolgens de komende jaren beleid gaat maken. Je wilt dit naar beste eer en geweten doen. Je geweten, waar wordt het door gevoed? Voor mij als Lutheraan is gewetensvrijheid het hart van mijn geloof. Niet dat ik me ongebonden voel in mijn oordeelsvorming. Nee, voor mij is alleen het geloof maatstaf voor wat deugt of niet. Mijn gehechtheid aan God geeft me de vrijheid om zelf te beslissen wat voor mij, hier en nu, een ‘goed werk’ is. Bij goede werken hoef je je niet altijd iets heel groots voor te stellen: al raap je maar een strohalmpje op, als je het met de juiste motivatie doet, is het een goed werk, zegt Luther.

Nederland is een pluriforme samenleving, gevormd door kolonialisme, vluchtelingenstromen en, sinds de 20e eeuw, gastarbeiders. Goed omgaan met deze realiteit is geboden. Hoe kunnen migranten winst voor Nederland betekenen? Wie van de partijen heeft het goede met hen voor? De site www.stemvoorkinderen.nl kan een hint geven. Defence voor Children pikt er één aspect uit: hoe gaan we goed om met de kinderen die jaren geleden naar Nederland zijn gevlucht, hier geworteld zijn maar geen verblijfsvergunning hebben? Sturen we ze weg? Of wagen we het erop dat zij een toekomst hier mogen opbouwen ten bate van Nederland? De standpunten van elke partij zijn vertaald in verkiezingsaffiches: “… stemt vóór haar verblijfsvergunning” , “… stemt tegen haar verblijfsvergunning” om de politicus m/v van je keuze in te vullen. Het gaat om maar enkele honderden kinderen; in het licht van de politieke uitdagingen van vandaag een marginaal item. Één van deze kinderen aan een goede toekomst helpen, komt neer op een van Luther’s strohalmpje. Of mogelijk ook een strohalmpje waar wij onszelf aan moeten vasthouden, wanneer we over enkele decennia zitten met een tekort aan arbeidskrachten?

Een strohalmpje misschien ook om de grote lijnen erachter te zien. Wie voor dat ene vluchtelingenkind het goede wil, heeft mogelijk ook in andere migratievraagstukken een weloverwogen en betrokken visie. Een kijk die recht doet aan een pluriforme samenleving,  die niet meer in linkse of rechtse waarden te vangen is. En een geloof in God en/of in mensen waarin de goede werken maatstaf zijn. Ik zeg bewust en/of, want het geloof in God is geen voorwaarde voor een humanitaire houding. Het geloof in mensen is wel het logische gevolg van onze verbondenheid met God. 
Een land dat zo verstrikt is in migratievraagstukken, met alle problemen en kansen van dien,  moet een realistisch beleid naleven. Stoere praat over asielcentra in het buitenland en andere – in Europees verband vaak (gelukkig) onuitvoerbare onzin – zijn niet aan de orde, willen we het goed doen voor iedereen met wie we dit stukje aarde delen.

Met je stem draag je het mandaat om goede werken te verrichten aan een ander over. En daarmee het vertrouwen, dat deze politicus vanuit goede bedoelingen goede werken wil doen – ook onder mogelijk barre omstandigheden zoals monstercoalities en mediahypes. Het blijft altijd een gok of het die ander gaat lukken. Gelukkig is de gang naar de stembus maar één manier om politiek betrokken te zijn. In de tijd voor en na de verkiezingen zijn er nog: het openbaar debat, de lokale politiek en duizenden strohalmpjes meer. Ook voor mensen zoals ik, migranten zonder stemrecht.

Evelyn Schwarz is als projectleider betrokken bij het wereldhuis 

 

 

Kafka
vrijdag 13 juli 2012

Een van mijn wekelijkse bezoekers is een Nederlandse man van Eritrese origine. Hij keerde een paar jaar geleden terug van familiebezoek in Eritrea. Dat bezoek had langer geduurd dan gepland, want hij was bij aankomst gearresteerd en gevangen gezet zonder enige vorm van proces. Hij kwam pas na ruim twee jaar weer vrij. Met  behulp van de Open Deur kreeg hij zijn leven hier weer wat op de rails. Herstel van de uitkering, een eigen woning die groot genoeg was om ook zijn vrouw en vier kinderen uit Eritrea over te laten komen. De aanvraag voor gezinshereniging werd echter afgewezen vanwege de inkomenseis. De situatie in Eritrea verslechterde, waardoor hij drie van zijn kinderen (met de Nederlandse nationaliteit) liet overkomen. Zijn vrouw bleef met het jongste kind achter in afwachting van het verloop van de bezwaarprocedure. Dan zit je opeens als alleenstaande vader met drie kinderen. Die de Nederlandse taal niet spreken. Die hun moeder en zusje missen. Die allemaal stress gerelateerde klachten ontwikkelen: slapeloosheid, bedplassen, depressie. Zelf staat hij onder behandeling van een psychiater en is hij fysiek afgekeurd. Het duurde meer dan drie maanden voordat hij thuiszorg kreeg. ‘Meneer zou gebeld worden.’ Maar Cordaan bleek niet eens zijn telefoonnummer te hebben. Ik zou denken: dan schrijf je een brief, of je komt als thuiszorgcoördinator even langs. Niet dus. Als ‘rechthebbende’ zou hij begeleiding krijgen van maatschappelijk werk en schuldhulp in de buurt. Het duurde eindeloos, totdat de oplossing werd gevonden: voor schuldhulp kwam hij niet in aanmerking vanwege het feit dat hij tijdens de jaren van gevangenschap geen premie bij Agis had betaald. Hij moest bewijzen van zijn detentieperiode overleggen. Zoiets krijg je niet van de Eritrese autoriteiten. Het kostte maanden om dit probleem te tackelen. Voor de kinderen zouden het schoolmaatschappelijk werk en de schoolarts worden ingeschakeld. Opnieuw gebeurde er maandenlang niets. Bij navraag op school zelf: de schoolarts had de kinderen zes maanden geleden gezien. Dat zal een aardige conversatie zijn geweest: drie verlegen kinderen die geen woord Nederlands spreken en een schoolarts die het Tigrinya niet beheerst. Eenvoudige diagnose: ‘met de kinderen is niets aan de hand’.

Intussen in Eritrea. De Nederlandse ambassade is daar gesloten. Voor afhandeling van consulaire zaken kun je terecht bij de Nederlandse ambassade in Khartoem, Soedan. Het paspoort van het jongste kind verloopt op 31 juli. Sinds begin maart heb ik gemaild met de Nederlandse ambassade en het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de verstrekking van een nieuw paspoort. Dat zou wellicht via de Noorse ambassade in Eritrea kunnen. Niet dus. Een Nederlands meisje van zes moet met haar Eritrese moeder naar Soedan reizen. Ik zou het zelf al een gevaarlijke onderneming vinden, maar daar houden de autoriteiten geen rekening mee. Regels zijn regels: je moet in persoon verschijnen. Maar dan moet moeder mee. Die kreeg geen uitreisvisum. En ook het kind mag Eritrea niet uit, omdat het paspoort niet meer zes maanden geldig is. Goed, als je wat geld onder de tafel doorschuift, kun je kennelijk een document krijgen, waarmee je met de bus de reis naar Khartoem kunt wagen. Gevaarlijke reis. Risico’s van beroving, verkrachting en ander etnisch geweld. En je moet zeker twee weken in Khartoem wachten op het nieuwe paspoort. Regels zijn regels. Ze gelden voor iedereen, of je nu in Frankrijk woont of in Eritrea. Het lijkt wel alsof de ambtenaren op BuZa die dit allemaal hebben bedacht nog nooit hebben nagedacht over de consequenties. ‘Vrij reizen’ is een voorrecht voor mensen in het Westen. Voor mensen in minder ontwikkelde en gewelddadige regio’s in de wereld is het een Kafkaiaanse nachtmerrie.

 

Terug naar Nederland. Zijn drie kinderen konden in oktober 2011 niet worden ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie als zijn kinderen, omdat hun geboortebewijzen waren geplastificeerd. Ze konden wel eens vals kunnen zijn. Daardoor had hij ook geen recht op een éénouderuitkering. ‘Het konden net zo goed de kinderen van zijn broer zijn’, zei de ambtenaar van DWI. Zo kon hij van GBA eerst ook geen toestemmingsverklaring krijgen voor de vernieuwing van het paspoort van zijn jongste kind in Eritrea. Want er was geen bewijs dat ze echt bestond. Tja. Goed nieuws van GBA was dat op 25 juni alsnog de drie in Amsterdam wonende kinderen als zijn kinderen heeft ingeschreven. Hij was daar overigens niet van op de hoogte gesteld. Kafka.

 

Deze tekst is eerder gepubliceerd op de website van de Open Deur, Cor Ofman