Article in de Groene Amsterdammer

Read the article about the life of undocumented people of Amsterdam, By Chris Keulemans (in Dutch).

“Ongedocumenteerden in Amsterdam.

Amsterdammers maar geen Nederlanders”

Ambtenaren, hulpverleners en activisten ontfermen zich over vijfhonderd afgewezen asielzoekers die in Amsterdam om onderdak hebben gevraagd. Een hoofdpijndossier over maatwerk op de vierkante meter in een ernstig rammelende wereld.

door Chris Keulemans    –   31 mei 2017

 

‘Er is een verschil tussen Amsterdammers en het Amsterdamse systeem’, zegt Khalid Jone (34). Hij leidt me rond door het leegstaande kantoorpand dat We Are Here net heeft gekraakt. ‘Ik heb respect voor het systeem. Dat zorgt voor helderheid, al pakt het voor mij niet goed uit. Maar de Amsterdammers! Ongelooflijk. Elke dag komen er mensen boodschappen brengen. Niemand verlaat dit pand met een lege maag.’ De lange man met rastahaar spreidt zijn armen. Zijn ogen kleuren rood.

Khalid is een van de woordvoerders van We Are Here, het collectief van afgewezen asielzoekers dat sinds 2012 van pand naar pand verhuist. Op dit moment wonen ze verspreid over vijf locaties in de stad. Hier in Diemen zijn ze met dertig mannen en twee vrouwen. Khalid zelf vertrok op zijn twintigste uit Soedan en bekeerde zich hier tot mormoon. Vier keer werd zijn asielaanvraag afgewezen. De vijfde procedure loopt. Hij opent de deur naar zijn nieuwe kamer: een leeg kantoor met wat kleren en lakens op de vloer. De matras ligt nog op het vorige adres in Noord. Hoe komt hij eigenlijk aan de sleutel? Brede lach. ‘Van onze vrienden de krakers hebben we geleerd om elke keer meteen de cylinders in de deur te vervangen.’ Hoe vaak hij ook een huis moet achterlaten, de sleutel voor het volgende heeft hij altijd op zak.

Bij het askv / Steunpunt Vluchtelingen ontmoet ik een jonge vrouw uit Eritrea. Ze is zwanger en heeft met haar man onderdak gekregen in een appartement van het askv. Zes dagen liepen ze door de woestijn naar Soedan. Haar moeder en dochtertje moest ze daar achterlaten. Over het kamp in Libië waar ze maanden moesten wachten wil ze niet meer kwijt dan dat er mensen werden verkocht. Ze haalden Italië en vluchtten toen door naar Nederland, waar haar asielaanvraag is afgewezen vanwege de Dublin-claim: binnen de EU moet elke asielzoeker de procedure doorlopen in het land waar hij zich het eerst meldde. Maar terug naar Italië gaat ze niet. Ze spreekt de naam met voelbaar afgrijzen uit. Wat daar is gebeurd vertelt ze niet: die herinneringen probeert ze op afstand te houden.

Elk kwartaal zit ik in het stadhuis het Breedstedelijk Overleg Ongedocumenteerden voor. Namens een waaier van organisaties buigen vijftig ambtenaren, hulpverleners, artsen, advocaten en activisten zich over de situatie van zo’n vijfhonderd afgewezen asielzoekers die in Amsterdam om onderdak en zorg hebben gevraagd. Niemand hier noemt ze illegalen: niet de persoon zelf, tenslotte, maar zijn verblijf valt buiten de wet. Liever hebben we het over ongedocumenteerden, naar het Franse sans papiers. En dat is bijna ironisch. Weinig mensen dragen zo’n papierwinkel met zich mee als iemand die moet proberen te bewijzen dat hij recht heeft op het enige document dat telt: een Nederlandse verblijfsvergunning.

Vijftig betrokken en deskundige mensen die voor vijfhonderd anderen een fatsoenlijk bestaan in de stad willen regelen. Ik kijk rond de grote vergadertafel en denk: dat moet lukken. En toch is dit het hoofdpijndossier van Amsterdam. Khalid heeft wel een sleutel maar al vijf jaar geen vast adres. Een getraumatiseerde Eritrese moet terug naar een land waarvan ze de naam niet eens wil uitspreken. Honderden mensen zonder dat ene papier leven in een staat van depressie en uitputting. Het kabinet viel bijna op de discussie over bed, bad en brood. De gemeenteraad staat telkens onder hoogspanning als de ongedocumenteerden op de agenda staan. Hier is meer aan de hand dan een paar honderd mensen die onderdak zoeken. Dit is een mondiale vraag die zich samenbalt op een paar vierkante kilometer. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zegt dat de rechtmatigheid van het verblijf irrelevant is voor het recht op een menswaardig bestaan. Maar kan een West-Europese hoofdstad als Amsterdam dat waarmaken? Wíl Amsterdam dat? En zo ja, hoe moet het dan?

Op dit moment zijn veel van de ongedocumenteerden waar de gemeente zicht op heeft onder dak. In de twee bed-bad-brood-locaties slapen er 170, maar er staan ook 120 mensen op de wachtlijst. Het Leger des Heils biedt 24-uurs opvang aan tien mensen met zware psycho-somatische problemen, plus begeleid wonen voor 27 mensen met iets minder ernstige klachten. Er is leefgeld van 450 euro per maand voor 28 mensen die zelf onderdak hebben gevonden. Het Medisch Opvangproject Ongedocumenteerden, een zelfstandige maar door het rijk en zeven gemeenten gesubsidieerde instelling van het askv, biedt aan zestig mensen met ernstige medische en psychische klachten onderdak. Het askv zelf heeft 25 tijdelijke woningen beschikbaar voor mensen die juridisch perspectief hebben op een status. En op de vijf huidige locaties van We Are Here wonen ongeveer tweehonderd mensen.

Onderdak, zorg, juridische en medische begeleiding, dagopvang, activeringsprogramma’s en hulp bij terugkeer worden geboden door de organisaties die deelnemen aan het Breedstedelijk Overleg: Leger des Heils, HVO-Querido, ggd, Wereldhuis, Vluchtelingenwerk, Rode Kruis, de Kruispost, askv, moo, Dokters van de Wereld, Centrum 45, Equator Foundation, Dienst Terugkeer & Vertrek (dt&v), Internationale Organisatie voor Migratie (iom), Bridge to Better, Here to Support, Vrouwen tegen Uitzetting, Casa Migrante, de Regenboog, Steungroep Vrouwen zonder Verblijfsvergunning, Fairwork, Recht in Zicht, Taakgroep Vluchtelingen Raad van Kerken. En dan zijn er nog de moskeeën, die altijd klaarstaan als We Are Here neerstrijkt in hun buurt. Het is een fijnvertakt netwerk dat zich uitstrekt over de hele stad: het tegenbeeld van die ene Lokale Vreemdelingenvoorziening (lvv) die er van het kabinet moest komen.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff van Veiligheid en Justitie wilde daarover een bestuursakkoord sluiten met de gemeenten die noodopvang bieden. Zo spraken vvd en pvda het af in april 2015, om een kabinetscrisis over bed, bad en brood af te wenden. Het rijk zou de verantwoordelijkheid overnemen voor de bbb, waar afgewezen vluchtelingen ‘een beperkt aantal weken’ mochten verblijven, op voorwaarde dat ze ‘oprecht en aantoonbaar’ meewerkten aan hun vertrek. Dijkhoff ging nog een stap verder. De bbb wilde hij vervangen door lvv’s in de vijf grote steden: ‘Een sobere opvang, gericht op het motiveren tot en het faciliteren van vertrek uit Nederland.’ Een uitzetcentrum dus. De gemeenten steigerden. Op 21 november 2016 schreef Dijkhoff aan de Tweede Kamer dat het bestuursakkoord er niet zou komen.

In Amsterdam heeft burgemeester Eberhard van der Laan deze kwestie, vanaf het moment dat We Are Here in 2012 zijn tenten opsloeg aan de Notweg, gedecideerd naar zich toe getrokken. In zijn stad slapen geen mensen op straat. Na de kabinetscrisis in 2015 zei hij: ‘Ik stond voor bed, bad en brood, en dat sta ik nog steeds. Want daarmee wordt voldaan aan de humanitaire ondergrens. Daar helpt geen brief van het kabinet mij vanaf.’ En na de crash van het bestuursakkoord schreef hij aan de gemeenteraad: ‘De vng en alle gemeenten vinden dat uit oogpunt van humaniteit een vorm van basale opvang noodzakelijk is zolang er geen sluitend asielbeleid is. (…) Het college zet de huidige opvang voort.’

Die gemeentelijke opvang is, sinds de uitspraken van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep in 2015, ‘buitenwettelijk en onverplicht’. Hij staat dwars op het populisme dat Nederland wil afsluiten voor vluchtelingen. En hij gaat Amsterdam geld kosten: dit jaar vier miljoen euro, en als de rijksbijdrage volgend jaar uitblijft loopt dat op tot 5,7 miljoen, waarvan twee miljoen nog niet is gedekt.

Op 10 mei vroeg Rutger Groot Wassink (GroenLinks) zich in de gemeenteraad af wat Amsterdammers ervan zouden vinden als de toeristenbelasting verhoogd werd om daarmee de vluchtelingenopvang te betalen. Ook hij vertaalde, bewust of niet, een mondiale vraag naar de vierkante kilometers van Amsterdam. Ik zat op de publieke tribune, net terug van een lunch met de Bulgaarse politieke denker Ivan Krastev. Zijn boek After Europe zegt dat we leven in een migratierevolutie, die alles waar Europa voor stond onder spanning zet. ‘In het tijdperk van migratie begint de democratie te werken als een instrument van uitsluiting, niet van inclusiviteit. (…) De korte samenvatting van de wereldorde zoals Europa die wenst luidt: toeristen aantrekken en migranten afwijzen.’

Van der Laan wil ze allebei. In november 2013 ontving hij Benjamin Barber, schrijver van Als burgemeesters zouden regeren. ‘Burgemeesters hebben er geen boodschap aan of immigranten hier legaal of illegaal zijn’, zei Barber. ‘Voor burgemeesters zijn ze er gewoon. Ze zijn een realiteit waarvoor een oplossing moet worden gevonden. (…) Di Blasio, de burgemeester van New York, wil stadsvisa geven aan de illegale stedelingen. “Omdat ze er nu eenmaal zijn.” Maar de federale regering zegt: “Nee, ze zijn illegaal, dus ze bestaan niet.” Een burgemeester zegt: “Ze zijn er wel. Hun kinderen gaan naar mijn scholen, ze gaan naar mijn ziekenhuizen, ze hebben hier werk. Het is mijn taak als burgemeester ze op te vangen.”’

Treedt Van der Laan in de voetsporen van Barber en Di Blasio of wordt hij een post-Europeaan à la Krastev? Hij gelooft hartstochtelijk in de verantwoordelijke hoofdstad: ook als het goed met ze gaat kijken Amsterdammers om naar de achterblijvers. Kan hij weerstand blijven bieden aan het dictaat van Den Haag? Krijgt hij het voor elkaar dat mensen zichzelf Amsterdammer mogen noemen zonder Nederlander te zijn?

‘Onze burgemeester’, zegt Yoonis Osman Nuur (34), ‘is een eerlijke man. Hij ontkent geen feiten. Als hij iets kan veranderen zal hij het doen.’ Onze burgemeester, zegt hij, met diezelfde sardonische glimlach waarmee hij Van der Laan soms tot razernij dreef toen hij de onderhandelingen voerde namens We Are Here. Dat was een historisch moment. Juist toen het kabinet illegaliteit strafbaar wilde stellen stond er een groep mensen zonder papieren op die zei: wij zijn hier, wij zijn Amsterdammers, wij hebben recht op een bestaan als ieder ander. Accepteer dat of we beginnen niet eens aan de onderhandeling.

Veertien jaar geleden stak de jonge Somaliër de zee over van Turkije naar Griekenland. Het bootje zonk, maar hij haalde de overkant. Maanden later kwam hij aan in Nederland. Hij was een van de eerste Dublin-claimanten en werd dus afgewezen. Zijn eenzaamste moment? ‘Op een winteravond werd ik uit het azc in Musselkanaal gezet. Ik had geen geld en wist niet waar ik moest slapen. Op het station in Groningen verschool ik me in een trein. De hele nacht heb ik liggen malen. Wat doe ik hier, waar is mijn toekomst? De volgende ochtend vroeg hoorde ik de machinist. Ik stak mijn hoofd uit het raam en riep: hé meneer! De man schrok zich wild en rende weg. Ik moest hysterisch lachen. Toen hij terugkwam met twee collega’s vertelde ik mijn verhaal. Ze kochten ontbijt voor me en een treinkaartje naar Haarlem, waar een vriend van mij woonde.’

Op 22 maart kreeg hij alsnog zijn verblijfsvergunning. Bijna negentig leden van We Are Here hebben intussen dat ene document. Herhaalde aanvragen lonen de moeite: nieuw bewijsmateriaal, een nieuwe oorlog in het land van herkomst, een nieuwe advocaat – het is allemaal van invloed. De ind becijferde dat veertig procent van de herhaalde asielaanvragen alsnog resulteert in een verblijfsvergunning. Het zijn evenzoveel bewijzen dat ons asielbeleid niet sluit. ‘Het nieuws trof me als een emmer koud water in het gezicht. Al mijn dromen en verwachtingen – nu kon ik ze gaan waarmaken. Waar te beginnen? Dat plotselinge gevoel er eindelijk echt bij te horen. Jarenlang wist ik niet wat de volgende dag me zou brengen. Die vraag hoef ik mezelf nu niet meer te stellen. Wat morgen brengt is aan mij.’

Hij laat me zijn kamer zien: een cel in de voormalige Bijlmerbajes, nu ingericht als asielzoekerscentrum. De stalen deur kan open, maar de tralies zitten nog voor het raam. Hij keurt de cel nauwelijks een blik waardig. In werkelijkheid logeert hij bij een jong Hollands echtpaar in Zuidoost. ‘Dat ik hen ontmoette was voorbestemd. Mijn ouders zijn gedood in de oorlog toen ik zeven was. Petra en Jefta zijn als mijn jongere broer en zus. Straks zullen mijn kinderen spelen met die van hen. Ik ga ze het leven bieden dat ik zelf nooit heb gehad. Ja’, glimlacht hij, ‘in Amsterdam.’

Marieke van Doorninck kon het niet aanzien dat We Are Here eerst in een tentenkamp en toen in een lege kerk de winter moest doorbrengen. In januari 2013 diende zij als fractievoorzitter van GroenLinks een raadsvoorstel in: Perspectief bieden. ‘Het lokale beleid moet gericht zijn op perspectief bieden op (alsnog) toelating of terugkeer. Het moet maatwerk bieden bij opvang en integrale maatschappelijke, psychische en juridische begeleiding om herstel en empowerment van de vluchtelingen te bewerkstelligen.’

Even later reageerde het Europees Comité voor Sociale Rechten op de door advocaat Pim Fischer voorbereide klacht van de Protestantse Kerk in Nederland met een bindende ordemaatregel. De Nederlandse staat werd opgedragen ‘alle mogelijke maatregelen te nemen met het oog op het vermijden van ernstige, onherstelbare schade aan de lichamelijke integriteit van personen die het risico lopen verstoken te blijven van onderdak, voeding en kleding’.

Van Doornincks voorstel werd aangenomen. Na jaren van don’t show, don’t tell trotseerde Amsterdam het rijksverbod op gemeentelijke opvang nu expliciet. De eerste bbb ging open in december 2014. En in juli 2015 startte de gemeente met het Programma Vreemdelingen, waarvoor Perspectief bieden als blauwdruk diende.

Toch zegt Van Doorninck nu: ‘Be careful what you wish for.’ Tegenwoordig is ze coördinator bij het askv. ‘Als je iets reguleert, kader je het ook in. De gemeente propt mensen in een programma terwijl hun problematiek complex is. Het is een mythe dat mensen uit zichzelf vertrekken als de opvang maar sober genoeg is. De bbb werkt niet zonder de vierde B van begeleiding. Er is nu ruimte voor het onderzoeken van juridisch perspectief, en een aantal echt kwetsbare mensen krijgt extra zorg. Maar dat is allemaal afgebakend. En dus blijven er mensen buiten de boot vallen. Dat is de zoektocht waar ik de gemeente voor heb gesteld.’

‘Ik zou liever ergens wonen waar al die documenten niet bestaan. In de bergen, tussen de beren en wolven. Die zijn barmhartiger dan mensen. Dat is mijn droom.’ Zijn Nederlands is vlekkeloos. Dertien jaar geleden geleerd in een azc in Friesland. Maar het spreken kost hem kracht. De forse jongeman, we noemen hem Meneer A., heeft alles gedaan om de ind ervan te overtuigen dat hij werkt aan zijn terugkeer. Alle mogelijke ambassades heeft hij bezocht. Zes maanden heeft hij vastgezeten, wachtend op de uitzetting die niet kwam. Zijn land van herkomst, een voormalige sovjetrepubliek, wil hem niet terug vanwege de etnische achtergrond van zijn vader. Meer wil hij er niet over in de krant hebben.

Nu woont hij ruim twee jaar in het Medisch Opvangproject Ongedocumenteerden. ‘Hier heb ik een vaste contactpersoon. Zij helpt me bij het bestellen van mijn medicatie, bij fouten van de apotheek of arts. Overdag werk ik soms mee in een sociale keuken. Ik volg computerles. Maar liever zou ik ergens wonen waar…’ Hij valt stil. Zijn hoofd zakt. Het lukt hem nauwelijks om me aan te kijken als we afscheid nemen.

Het moo ligt aan het einde van tramlijn 13. Zestig mensen wonen hier in afgeschreven woningen van corporatie Stadgenoot. Reguliere woningen mogen hun niet worden aangeboden, ze verblijven tenslotte niet legaal in Amsterdam. Maar rustig is het wel, er is dagelijkse aandacht en de samenwerking met artsen en ziekenhuizen is goed. Dat moet ook, zegt coördinator Alice Beldman. ‘Dit zijn mensen die vaak al ziek of getraumatiseerd waren toen ze aankwamen in Nederland. Tijdens de asielprocedure verhuizen ze van azc naar azc (een methode die de overheid bewust hanteert om lokale binding te voorkomen – ck), onderweg raakt de medicatie zoek of krijgen ze nieuwe artsen voor zich. Tegen de tijd dat ze hier terechtkomen is de procedure misgelopen en zitten ze heel diep.’

Rembrant Aarts, psychiater bij Equator Foundation, die ongedocumenteerden met een posttraumatische stressstoornis behandelt, bevestigt dat: ‘Psychiatrische klachten hinderen mensen om duidelijke keuzes te maken over het vervolg, of dat nu een herhaalde asielaanvraag is, terugkeer, de keuze voor illegaal verblijf of doormigratie.’

Aida werd acht jaar geleden door haar gewelddadige man gedwongen naar Nederland te vertrekken. Zelf bleef hij achter in Armenië met haar twee zoons, die ze niet meer te spreken krijgt. Bij aankomst vertelde ze meteen dat ze met een vals paspoort was gereisd. Pas deze week kreeg ze een brief van de gemeente dat ‘haar identiteit hersteld is’. Intussen woonde ze in vier azc’s en drie psychiatrische klinieken. Ze is een vrouw van vijftig met mooie ogen en fel glinsterende nagels, waar ze hele nachten aan zit te lakken. Ze hoort stemmen in haar hoofd. Haar bloeddruk is te hoog en de pijn in haar rug en schouders roept herinneringen op aan een periode waar ze niet over wil praten. ‘Elke keer dat ik in slaap val staan ze weer in mijn kamer.’ Ze verkrampt voor mijn ogen. Haar enige hoop is een verblijfsvergunning op medische gronden. Als ik opsta zit ze in elkaar gedoken op haar stoel.

Met het Programma Vreemdelingen zette Amsterdam de stap van noodoplossing naar systeem. Een team onder leiding van Anne Klerks zette alles klaar: medische screening, onderzoek naar juridisch perspectief, hulp bij terugkeer, twee bbb’s, 24-uurs opvang voor extra kwetsbaren. De zoektocht waar Marieke van Doorninck de gemeente voor had gesteld kon beginnen.

Er werden fouten gemaakt. De catering in de bbb moest aangepast: Somaliërs eten geen hutspot. Alle kandidaten voor opvang worden eerst medisch onderzocht door de ggd, maar het is nog de vraag of hun standaardcriteria voor daklozen voldoende zicht geven op de trauma’s van vluchtelingen. De systeemdenkfout dat mensen in de opvang gelijktijdig moesten meewerken aan het verkrijgen van een verblijfsvergunning én aan terugkeer naar het land van herkomst werd bijtijds teruggedraaid.

Het programmateam ontdekte dat het sleutelwoord in Perspectief bieden daar niet voor niets stond: maatwerk. Binnen een jaar werd de stap gezet naar Programma Vreemdelingen 2.0. Het systeem leerde luisteren naar de mensen voor wie het was opgetuigd. En die zijn nog lang niet uitgepraat.

In juli 2015 opende het Vreemdelingenloket, in een hoog en licht lokaal aan de Houtmankade. Hier kon iedereen die opvang zocht zich melden. De intake en begeleiding werden toevertrouwd aan twee maatschappelijke organisaties, het askv en Vluchtelingenwerk. Vooraf hadden deze samen een doortimmerd concept voor het nieuwe loket ingediend. Maar alles moest snel. Op de dag van de opening stonden er een paar stoelen en tafels. Er was geen internet. En de voorzieningen waarnaar verwezen mocht worden waren nog niet klaar. Het loket was een voorkant zonder achterkant.

In augustus schreef het askv een brandbrief aan de burgemeester. De toegezegde 24-uurs opvang of leefgeld voor 170 mensen bleef steken op 72. Omdat de gemeente haar voorzieningen alleen open wilde stellen voor mensen die door de ggd als kwetsbaar werden gediagnosticeerd, ‘verwordt het Programma eerder tot een ziekenboeg dan een systeem waarin duurzame oplossingen centraal staan’. De ind leverde opgevraagde dossiers niet of te laat. Voor de medewerkers bleef het een struikelblok dat zij alle informatie verzamelden maar de gemeente uiteindelijk het besluit nam over wel of geen opvang. Het askv had moeite met de nadruk op bereidheid tot terugkeer, juist omdat het zelf al jaren zeker dertig procent van zijn cliënten alsnog aan een legaal verblijf weet te helpen. Het percentage dat terugkeert blijft steken op tien.

Na een jaar hadden 715 mensen zich gemeld bij het Vreemdelingenloket. Voor 361 van hen werd opvang en/of begeleiding geregeld. Maar het askv zegde op principiële gronden zijn medewerking op. Dat ging niet met slaande deuren. De werkrelatie met de gemeente en andere partners bleef intact. Duidelijk werd alleen dat er grenzen zijn aan een samenwerking vanuit verschillende visies op de rechten van ongedocumenteerden in deze stad.

De bbb Schuitenhuisstraat ligt aan het einde van tramlijn 17. Ik loop het voormalige kinderdagverblijf binnen op de eerste zomerse middag. Bij de open deur zit een bewaker in uniform de krant te lezen. Binnen staan twee oudere mannen te sjoelen. Aan de muur hangt het menu voor vanavond: 300 gram gele rijst, 150 gram daging rendang, 100 gram boontjes. Om etenstijd staan hier de 75 bewoners, uitsluitend mannen, in de rij. Die kunnen niet allemaal tegelijk aan tafel, daarvoor is de zaal te klein. Na het eten gaan ze meestal door naar de slaapkamers. Naar buiten mogen ze dan vaak niet meer. In elk geval moeten ze voor tien uur binnen zijn. En de volgende ochtend staan ze om negen uur op straat. Pas om vier uur ’s middags is de bbb weer open.

Leefgeld krijgen ze niet. Als ze niet zwart werken lopen ze platzak over straat. Het is niet triviaal als Yoonis opmerkt dat de toiletten op het Centraal Station sinds kort zeventig cent kosten in plaats van vijftig. Obstipatie komt veel voor. (Volgens de ggd hebben ongedocumenteerden vier keer zo veel maag-darmklachten als andere daklozen.)

Harrie Herfs, zorgcoördinator bij HVO-Querido, is feitelijk de baas van de twee Amsterdamse bbb’s. Hij leidt me rond langs de wasmachines, het opslaghok, de binnenplaats en de negen douches. Een lege muurkast doet dienst als gebedsruimte. Moslims bidden hier één voor één. In de kleinere slaaplokalen staan twee stapelbedden, in de grotere zijn dat er zes of acht. Veel van de benedenslapers hebben extra beddengoed rond hun matras gedrapeerd, een vorm van privacy die de bovenslapers niet vergund is.

Herfs raakte op verzoek van de gemeente betrokken bij de ongedocumenteerden: eerst in de Vluchtflat aan de Jan Tooropstraat, toen in de Havenstraat. In december 2014 opende hier de eerste bbb. ‘Deze groep was nieuw voor ons. Voorheen werkten we met mensen die zich konden legitimeren uit de regio Amsterdam. Deze groep is veel internationaler, ze komen met andere verhalen en ervaringen binnen. Dat betekent voor mij vooral: goed luisteren. Om afspraken te maken werken we met slaapkamervertegenwoordigers: de cliëntencommissie. Waar dat over gaat? Op dit moment over de fietsen. Tot nu kreeg iedereen een ov-chipkaart. Maar dat kostte 290.000 euro en de gemeente moet bezuinigen. Nu hebben we honderd fietsen. Dat kost 60.000 euro, inclusief fietslessen en aansprakelijkheidsverzekering. Alleen: de meeste cliënten stappen wel op de fiets, maar hun ov-chipkaart willen ze niet kwijt. Daarover onderhandelen we nu.’

De kosten van de bbb staan der discussie. De gemeente heeft een tekort en de steungroepen vinden dat er onnodig veel geld gaat naar faciliteiten, beveiliging en verhuizingen. Alles bij elkaar kost elke bewoner van de bbb de gemeente nu 1407 euro per maand. Dat is meer dan de bijstandsuitkering. Een bed zelf kost 167 euro per maand aan huur. ‘Dit pand is nog betaalbaar, maar de keuken is te klein om de mensen zelf te laten koken en er is geen brandmeldinstallatie.’ Herfs wijst grinnikend op de man in de hoek. ‘Die bewaker is eigenlijk een wandelende brandmelder.’ Hier is hij misschien te laconiek: op de bbb-begroting van de gemeente staat een post ‘Randstad (portier, brandwacht)’ van 916.328 euro.

Herfs heeft grote waardering voor het Amsterdamse bestuur. ‘We hebben een keten van voorzieningen opgebouwd die echt werkt aan het realiseren van perspectief voor deze groep. Dit zijn stadgenoten, die laten we niet aan hun lot over. En dat ze hier alleen kunnen overnachten vind ik niet slecht. Deze mensen hier 24 uur per dag laten zitten zou de energie eerder wegnemen dan aanwakkeren. De particuliere initiatieven hebben veel potentieel en expertise. Onze doelgroep vindt makkelijker aansluiting bij idealisten. Wenselijk zou wel zijn dat de gemeente die nog beter ondersteunt.’ En wat kan de stad nog meer doen? ‘We zijn al te lang afhankelijk van het landelijk beleid. In de discussie met Den Haag zouden mensen die beweren dat ons asielbeleid sluitend is nog krachtiger moeten worden tegengesproken.’

Elke ochtend waaieren de bewoners van de bbb uit over dezelfde stad waar ik doorheen fiets. Ik noem die stad gedachtenloos de mijne. Als zij het doen heeft dat iets baldadigs. Er spreekt een betrokkenheid uit die ze wel voelen, maar die niet is gesanctioneerd. Hun routes volgen een andere plattegrond: de adressen die erop staan hebben met werk en geld uitgeven niets te maken. Niet met wit werk en meer dan 250 euro per maand althans. Om ergens te komen leggen ze vaak grotere afstanden af dan ik. Momenten van geluk – een zomermiddag, muziek uit een open raam, een maaltijd met vrienden – zijn nooit bestendig. Wat de volgende dag ze gaat brengen weten ze niet. Er is iets gewichtloos aan hun bestaan als Amsterdammer, iets geïmproviseerds.

Keturah (26) kwam hier niet uit vrije wil. Ze werd in Sierra Leone op een vliegtuig gezet. Eenmaal in aanmeldcentrum Ter Apel, in de lente van 2015, moest ze googelen wat asiel was. Het paspoort waarmee ze reisde was van iemand met een visum voor IJsland. Ook zij is dus Dublin-claimant. Intussen heeft ze twaalf maanden in de andere bbb gewoond, aan de Walborg in Buitenveldert, en zes maanden in een kamer van het askv. Nu verblijft ze voor een nieuwe ronde verhoren in AZC Zeist. In de maanden dat ze op zichzelf woonde kwam ze tot rust. Ze kon eindelijk weer zelf koken. De bbb was haar te rumoerig. ‘Elke keer moest ik van slaapkamer verhuizen. Mensen konden vaak niet slapen, ze lagen naar muziek te luisteren. Er stond een aanrecht in de kamer. Soms begon een van de andere vrouwen zich midden in de nacht te wassen, deed het licht aan, meteen weer ruzie.’

Op straat mist ze de zomaar-gesprekjes. ‘In Sierra Leone is het onbeleefd als je niet reageert wanneer iemand je groet. Hier schrikken ze als je hallo tegen ze zegt.’ Laatst zag ze dat een man bij het uitstappen van de metro zijn portemonnee liet vallen. Zij raapte hem op, liep achter de man aan en riep hem. Hij reageerde niet. ‘Ik rende naar hem toe en liet hem de portemonnee zien. Hier, zoek je deze? Je krijgt hem pas terug als je normaal antwoordt tegen iemand die je roept.’ Keturah kan smakelijk vertellen over die gereserveerde Nederlanders. ‘Zelfs de aardige zijn zo terughoudend. Ze moeten echt nog leren om zich een beetje open te stellen. Oudere mensen zijn daar beter in dan jongere. Die zitten maar op hun smartphone te kijken.’ Ze is vrienden geworden met een bejaarde dame op het Javaplein. Die spreekt geen Engels en Keturah geen Nederlands. Ze vermaken zich door samen op marktplaats.nl naar dingen te kijken die ze wel zouden willen kopen.

Aan de mooie binnentuin achter de Hermitage ligt het Wereldhuis van de Protestantse Diaconie. Op de stadsplattegrond van de ongedocumenteerden is dit het equivalent van het Museumplein voor de toeristen. Er is eten, juridische hulp, medische zorg door Dokters van de Wereld, er zijn computers en kinderspelletjes, je kunt er je haar laten knippen en tweedehands kleren uitzoeken, slachtoffers van mensenhandel en uitbuiting kunnen hier hun verhaal doen. Alles is gratis, in ruil voor hulp bij het koken of de schoonmaak. Aan de muur hangt een vers plakkaat: I’m possible.

In december is de binnenplaats van het grachtenpand met glas overdekt. Daar zijn de maaltijden en de feestjes. ‘Wij zijn de facto het centrum voor dagactiviteiten van de bbb, het informele Vreemdelingenloket’, zegt Annette Kouwenhoven, de social designer die hier sinds 2008 actief is. ‘Met het Programma Vreemdelingen heeft de gemeente een verantwoordelijkheid op zich genomen die ze nog niet kende. Dus werken organisaties als de onze aanvullend in de opvang en begeleiding. Als iemand door de gaten in het systeem valt krijgen wij ze over de vloer. Eigenlijk repareren wij het beleid.’

Zo werkt de keten van voorzieningen die met het Programma Vreemdelingen is opgetuigd. Hij verbindt de stippen op de ongedocumenteerdenkaart van Amsterdam, van Buitenveldert naar de Nieuwe Herengracht, van Diemen naar Geuzenveld, van de Houtmankade naar Osdorp.

Maar de keten rammelt, per definitie. Omdat de wereld rammelt. Voor de mondiale vraag die is samengebald in Amsterdam worden elke dag nieuwe oplossingen uitgedokterd. Oplossingen op de vierkante meter. Het Rode Kruis is een stressgroep gestart met We Are Here. Het Wereldhuis wil een Bank of Trust opzetten voor ongedocumenteerden zonder bankpas. De beide bbb’s zijn op zoek naar een nieuwe locatie, nu hun panden worden verkocht; in het Plan van Eisen is deze keer wel een keuken opgenomen waar mensen zelf kunnen koken. De ggd gaat praten met Equator en Dokters van de Wereld: misschien moeten hun criteria voor medische of psychische kwetsbaarheid worden aangepast aan de werkelijkheid van getraumatiseerde migranten. (Onderzoek van de ggd laat zien dat de somatische klachten van ongedocumenteerden alarmerend veel hoger liggen dan die van ‘gewone’ daklozen.)

Maar elke oplossing is kleiner dan het echte probleem. En de cockpit voor de hele operatie staat nog steeds in het stadhuis. Met de burgemeester aan het stuur. Op 10 mei verdedigde hij in de gemeenteraad het jaarplan 2017 van het Programma Vreemdelingen. De discussie was technisch maar fundamenteel. Terwijl de gemeente in het luchtledige opereert zolang er geen nieuw kabinet zit, loopt de programmabegroting op. De bbb’s slibben dicht. Omdat er te weinig mensen vertrekken groeit de wachtlijst. Daarom wil het college voor het eerst criteria gaan aanleggen. Geen toegang voor Dublin-claimanten, om te beginnen. Maar daarmee, zeggen raadsleden van GroenLinks, d66 en SP, laat Amsterdam de humanitaire ondergrens varen. Het principe waar het allemaal mee begon. Het principe van de stad die geen mensen op straat laat slapen. Rutger Groot Wassink dient een motie in om de nieuwe criteria te schrappen.

Binnenskamers raakt Van der Laan, in zijn eigen woorden, nog steeds ‘enigszins geënerveerd’ over deze kwestie. Niet om de ongedocumenteerden zelf, maar om hun supporters. De activisten, zoals hij ze noemt. Zij voeren een politieke strijd namens het collectief. Hij zoekt oplossingen voor individuen. Maar nu, in de raadzaal, bleef hij in de plooi. Ternauwernood. Rechtop, de arm in een mitella, met die vederlichte maar bijna mitrailleske dictie. Zijn rode lijn: de bbb blijft zoals hij is. Niet meer en niet minder. Doe je minder, dan zak je door de ondergrens. Doe je meer, dan vreest hij aanzuigende werking, een verlies van draagvlak en nog meer spanning in de onderhandelingen met het rijk. ‘Ik laat me niet van het bord spelen nu dit voor de 25ste keer op tafel komt. (…) Ik aanvaard dit niet. (…) Amsterdam laat zich niet door het rijk zeggen dat we niemand onder de brug vandaan mogen halen, maar ook niet door actievoerders dat iedereen 24-uurs opvang moet krijgen. (…) U moet nu stoppen. Ik vind dit gevaarlijk voor de stad. (…) Ik ga de motie furieus ontraden.’

De motie wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. De nieuwe criteria gaan nog niet in. De burgemeester gaat zitten. Volgende agendapunt.

Hoe gaat het nu verder, vraag ik aan Petra Schultz. De coördinator hulpverlening van het askv ziet vaak meteen waar de dingen straks misgaan – om daar vervolgens hard tegen te vechten. ‘Als het college vasthoudt aan de criteria laten ze expliciet de humanitaire ondergrens los. Dan krijgen we nog meer loslopende mensen, na We Are Here ook de Dubliners. De bbb blijft overeind, maar het budget gaat niet omhoog. In de kabinetsformatie verwacht ik dat d66 hooguit voor elkaar krijgt dat gemeenten niet gestraft worden voor de opvang. Meer geld gaat er niet komen. Misschien komt er zelfs een rechtse coalitie, die illegaliteit strafbaar wil stellen. Hoeveel is de gemeente dan bereid te dragen? En wat gebeurt er als we een andere burgemeester krijgen?’

Het liefst zou ze zien dat alle ongedocumenteerden in Amsterdam, ook de mensen die zich nu nog niet gemeld hebben, de juiste juridische, medische en sociale aandacht krijgen. ‘We hebben het nu met z’n allen over vijfhonderd mensen, maar er zijn er honderden die we niet zien. De overlevers, de mensen die geen arts durven bezoeken, hun kinderen niet naar school sturen en niet weten dat ze rechten hebben. Die leven in totale rampspoed.’

Ze heeft het over de gewichtlozen, de improviseerders. De mensen die een parallelle samenleving vormen binnen de stad. Dankzij de keten rond het Programma Vreemdelingen komen ze langzaam uit de schaduw naar het licht. Den Haag mag ontkennen dat ze bestaan, Amsterdam doet dat niet.

Terwijl ik dit schrijf ontvangt de We Are Here Academy een European Citizenship Award. Er is een beweging gaande, en de burgemeester weet dat ook, richting een nieuw soort burgerschap. Stadgenoten met plaatselijke visa en recht op werk, met een basisinkomen misschien. Mensen die klaarstaan, zoals Yoonis en Keturah, om eraan mee te werken dat hun opvolgers niet in dezelfde fuik belanden. Nederlanders worden ze misschien niet, maar wel Amsterdammers.

Chris Keulemans was van 2001 tot 2016 bestuurslid van het ASKV / Steunpunt Vluchtelingen. Sinds een jaar is hij voorzitter van het Breedstedelijk Overleg Ongedocumenteerden in Amsterdam. Hij is coach bij het mediateam van de We Are Here Academy. Voor dit artikel sprak hij met zo veel mogelijk betrokkenen, van ongedocumenteerden tot ambtenaren en hulpverleners en had hij toegang tot interne mails en documenten. Voorzover hij die heeft gebruikt is dat gebeurd met toestemming van de betrokkenen. Waar informatie persoonlijk of politiek voor betrokkenen te gevoelig lag heeft hij deze weggelaten of geanonimiseerd.

Abdi Hakim Nuur, fotograaf, is lid van het mediateam van de We Are Here Academy. bekijk de foto’s bij het artikel in de Groene.

– – -

About wereldhuis

Het wereldhuis is a center for information, counseling, education and culture for refugees out of procedure / undocumented migrants